Skip to Main Content
Table 1. 

Examples of Two Items in Four Conditions

1. HC/LC, C/IC 
HC-C/IC: Hij gaf haar een ketting voor haar verjaardag/borstel
(He gave her a necklace for her birthday/brush.) 
LC-C/IC: Hij gaf haar een ticket voor haar verjaardag/borstel
(He gave her a ticket for her birthday/brush.) 
  
2. HC/LC, C/IC 
HC-C/IC: Om de cellen te kunnen zien gebruikte hij een microscoop/kathedraal
(In order to see the cells he used a microscope/cathedral.) 
LC-C/IC: Om de objecten te kunnen zien gebruikte hij een microscoop/kathedraal
(In order to see the objects he used a microscope/cathedral.) 
Statement: Hij gebruikte een apparaat om iets te kunnen zien. 
(He used a device in order to see something.) 
1. HC/LC, C/IC 
HC-C/IC: Hij gaf haar een ketting voor haar verjaardag/borstel
(He gave her a necklace for her birthday/brush.) 
LC-C/IC: Hij gaf haar een ticket voor haar verjaardag/borstel
(He gave her a ticket for her birthday/brush.) 
  
2. HC/LC, C/IC 
HC-C/IC: Om de cellen te kunnen zien gebruikte hij een microscoop/kathedraal
(In order to see the cells he used a microscope/cathedral.) 
LC-C/IC: Om de objecten te kunnen zien gebruikte hij een microscoop/kathedraal
(In order to see the objects he used a microscope/cathedral.) 
Statement: Hij gebruikte een apparaat om iets te kunnen zien. 
(He used a device in order to see something.) 

The examples were originally in Dutch, with the SFWs underlined. The critical words that create different contextual constraints were in bold. The target words were underlined. The English translations are given in brackets below the original Dutch materials. An example of the statement (which required YES answer) was provided for Example 2.

Close Modal

or Create an Account

Close Modal
Close Modal